“Reculer pour mieux sauter”

twit linkedIn instagram facebook pintrest G+


“Reculer pour mieux sauter”

Één van de vele prachtige wijze spreuken uit de taal van mijn jeugd. Een stapje terugzetten om beter te springen. Dit moeten we af en toe doen. Zoals ik nu ook eens goed moet beschouwen wat er de laatste tijd allemaal gebeurd is om ideeën te ontwikkelen voor wat me te doen staat.

En weer had ik minder impulsief, misschien ook minder principieel, moeten handelen. Ook is het, zoals dat wel vaker voor kwam in mijn bestaan, andermaal zo dat ik in een situatie ben terecht gekomen die ik niet had kunnen zien aankomen. Ik heb weer eens goed rekening gehouden met de belangen van anderen, nota bene het bedrijf waar ik voor werkte, en zelf schiet ik er weer bij in.

Als ik had geweten dat de last die ik had van mijn voet niet iets was dat vanzelf over ging, maar een aandoening waar ik hoogst waarschijnlijk een paar maanden zoet mee ben, had ik natuurlijk mijn baan niet opgezegd. Dan had ik me gewoon ziek gemeld. Nu heb ik me in mijn laatste week ook ziek moeten melden, omdat ik simpelweg niet meer kon staan van de pijn, maar helaas nadat ik al had aangegeven het niet meer vol te houden bij mijn laatste werkgever.

Het heeft nu nare consequenties dat ik, bij mijn laatste werkgever, heb aangegeven, op die plek, in die functie, met die onderbezetting en zonder de beloofde begeleiding zo niet verder wilde werken. Ik werd er ook echt doodongelukkig. Op het moment dat ik met mijn manager en een interim om de tafel ben gaan zitten om het beëindigen van mijn arbeidsovereenkomst te bespreken, had ik al gesolliciteerd bij een ander bedrijf. Zelfverzekerd als ik soms kan zijn, mede door het leuke gesprek en de rondleiding in het bedrijf, ging ik er min of meer van uit dat ik die baan al had. Zodoende maakte het mij toen ook niet veel uit hoe er op papier gezet werd dat mijn contract voortijdig werd gestopt. (Zie consequent zijn) Dientengevolge staat in mijn ontslagbrief dat de arbeidsovereenkomst op mijn verzoek is beëindigd en ben ik , in de ogen van het UWV, zodoende verwijtbaar werkeloos. En dan heb je ineens geen recht op WW. Bovendien heeft het er alle schijn van dat mijn laatste werkgever mij ook niet ziek uit dienst heeft gemeld, ondanks dat ik de laatste week in de ziektewet zat. De gevolgen daarvan zijn mij nog niet bekend, maar ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat me dat ook niet goed gaat uitkomen.

Ik ging naar de huisarts omdat ik al een hele tijd last had van mijn rechter voet. In het begin dacht ik steeds dat ik een steentje in mijn schoen had, maar iedere keer als ik dan mijn schoen uit deed bleek er niets in te zitten. Ook had ik een wondje aan de binnenkant van mijn voet. Ik dacht dat gaat vanzelf wel over, maar het werd steeds erger. Dit bleek een ulcus cruris venosum zeg maar een open been te zijn. Omdat de pijn niet alleen oppervlakkig, maar juist ook van binnen komt, werd gevreesd dat de ontsteking ook het bod had aangetast. Na een bezoek aan de afdeling radiologie bij het Radboud UMC, werd duidelijk dat dit het gevolg van een hielspoor was.

Beide aandoeningen hebben als directe oorzaak overbelasting. Te lang staan. De diensten van meer dan 10 en soms zelfs 12 of 13 uur met zo goed als, en regelmatig helemaal geen, pauze hebben hier natuurlijk geen goed aan gedaan. Natuurlijk werkt mijn postuur en overgewicht hier ook in mijn nadeel.

Inmiddels ben ik onder behandeling bij de Maurits kliniek waar ik komende week een soort vaatonderzoek krijg en waar mijn been nu steeds gezwachteld wordt. De wond wordt behandeld met zilver en zeewier. Dat vind de zingende oesterman dan wel weer een mooi gegeven. Om niet heel de nacht wakker te liggen van de pijn krijg ik nu pijnstillers op basis van morfine. Het moet maar even zo.

Mijn goede voornemens voor wat betreft het meer bewegen, weer gaan sporten, staan nu noodgedwongen even in de ijskast.

Met mijn been omhoog heb ik wel weer tijd om te schrijven en om te studeren. Ook ben ik flink aan het nadenken en het een en ander op papier aan het zetten betreffende nieuwe concepten, acts, liedjes, teksten en ook overweeg ik weer de stap naar het zelfstandig ondernemen.

Ik ben dus weer beschikbaar voor opdrachten als muzikant (als ik niet te lang hoef te staan) en tal van andere nieuwe uitdagingen. Benader me dus gerust als je me kan gebruiken als acteur, muzikant, kok, oesterman, of om eens mee te denken over heel iets anders.

Begin december ga ik voor het eerst sinds lange tijd weer op pad met mijn goede vriend Cees Rombout. We hebben zelfs al een naam voor ons animatie duo; Duo Burlesk!

Hierover later meer ….

Consequent zijn

twit linkedIn instagram facebook pintrest G+

Ooit beloofde ik mezelf te stoppen met optreden zodra ik het niet meer leuk vond om te doen. Natuurlijk was ook toen niet iedere dag het feest dat het voor de buitenwereld misschien leek te zijn. Maar het gevreesde moment is nooit gekomen. Om hele andere redenen is er een soort van, misschien tijdelijk, einde aan mijn artistieke carrière gekomen. Tijdens mijn loopbaan als theatermaker en muzikant ging ik echter zelden of nooit met lood in mijn schoenen, of zelfs met tegenzin naar mijn werk. Het was een strijd, en soms vechten tegen de bierkaai. Het had wel wat van Don Quichote’s gevecht met de windmolens. Maar ik wist zeker dat ik deze strijd iedere dag ging winnen. Vaak was het wel frustrerend. Ik gebruikte vaak de metafoor van de cadeaus. Alsof je ergens aan komt met heel veel mooie subtiele kleine ingepakte cadeautjes waar je je ziel en zaligheid hebt ingelegd. Het publiek ziet deze mooie pakjes helaas nogal eens over het hoofd en pakt alleen de in het oog springende grote doos met rode strik uit. Je zelfgeschreven melodieën en teksten interesseert een groot deel van het publiek geen moer. Ze willen lallen, mee schreeuwen en het liefst met nummers die ze al kennen.

En toch wist ik in dat vak mijn weg te vinden, en haast ieder publiek tevreden te stellen zonder er zelf aan onderdoor te gaan. Zelfs het publiek dat vroeg om “Malle Babbe” en “Hazes” vermaakte ik en wist ik naar tevredenheid op maat te bedienen, zonder te veel concessies te hoeven doen.

Nu is het anders, ik merk dat ik me in een systeem bevind waarin ik me verre van thuis voel. Ik heb nu geen invloed op de windmolens. Natuurlijk is het als kok ook zo dat je publiek, de gasten, lang niet altijd aandacht hebben voor je product. Naar het schijnt weten mensen regelmatig achteraf niet of ze vlees of vis hebben gegeten. Laat staan dat ze dan weten wat voor vlees of wat voor vis. En gelukkig zijn er ook mensen die wel heel bewust proeven en genieten van hun maaltijd.

Mijn probleem momenteel is veeleer dat het aan me vreet dat ik meewerk aan iets waar ik principieel op tegen ben en ik zie het er niet van komen dat ik binnen dit concept kan vinden wat ik zoek. Zoals altijd is het geven en nemen. Ik wil een vak leren. Dat doe ik deels op school, en deels in de praktijk. Omdat ik nog geen zelfstandig werkend kok ben, krijg ik minder betaald en als wederdienst verwacht ik coaching en sturing.

Met de chef met wie ik mijn sollicitatiegesprek had, had ik direct een klik. Hij snapte wat ik wilde en kon mij de sturing bieden die ik behoef om, dat wat ik tijdens mijn opleiding leer, in praktijk te kunnen brengen. Ik had hem ook duidelijk aangegeven dat ik niet alleen maar koud wilde staan, maar me met name op de warme kant wil richten. Ook omdat ik nu bezig ben met de module streekgerechten en omdat ik bij mijn vorige baan niet of nauwelijks aan de Roti kant heb gewerkt.

Helaas begon deze chef aan een nieuwe uitdaging bij een ander restaurant, waar hij kon gaan samenwerken met een sterrenchef. Zijn opvolger was net voor het eerst tot chefkok gepromoveerd en kon op ieder moment vader worden. Ook kampte hij met een enorm personeelstekort en werkte ik zodoende steeds met invalkrachten en had hij veel moeite om het rooster ingevuld te krijgen. Begrijpelijkerwijs lag zijn focus niet erg op mijn begeleiding. De zojuist tot souschef gebombardeerde andere kok was iemand die het heel druk had met het zichzelf er van overtuigen dat hij dit kon. Een persoon waarmee ik echt geen klik had. Bij zo’n beetje alles wat hij deed dacht ik eigenlijk, zo kan het ook, maar zo hoort het niet. Ik heb denk ik zelden zo schaapachtig uit mijn ogen gekeken als toen ik als antwoord op een vraag naar een bereidingswijze kreeg te horen dat hij dat niet wist, hij stond immers zelden `garde` en dat ik dat maar moest googelen.

Het lijkt er meer op dat ik, onder het voorwendsel dat ik de dingen die ik wilde leren kon leren, een goedkope werknemer ben, die er voor moet zorgen dat er een product, ver beneden de kostprijs, kan worden geleverd. Uiteindelijk heb ik alleen de eerste twee dagen warm gestaan en is er verder niets terecht gekomen van de gemaakte afspraken.

Ik kan niet zeggen dat ik niets geleerd heb in de drie restaurants waarin ik heb gewerkt. Ik heb af en toe zelfs iets, wat ik op school geleerd heb, in praktijk kunnen brengen. Meestal dan wel net even anders omdat het anders veel te duur wordt, of te lang duurt. Verder heb ik vooral goed geleerd hoe het naar mijn idee niet moet; wat ik niet wil doen en hoe je niet met mensen, werknemers en collega’s hoort om te gaan.

Het is naar mijn idee onvermijdelijk om op een bepaalde manier te werk te gaan als je met beperkte middelen een product van een bepaald niveau wilt leveren. Ik zeg niet dat er verkeerd gewerkt word. Het is een duidelijke keuze. Het merendeel van de gasten wil zo veel mogelijk krijgen en zo weinig mogelijk betalen. Dit wordt nog eens versterkt door alle prijsvechters als de hotelbon, social deal, vakantieveiling, etc. Er is een behoefte waarin wordt voorzien. Vraag en aanbod. Mac Donalds, Van der Valk, en alle daar op lijkende bedrijven, zijn hiervan het levende bewijs.
Dat laat echter onverlet dat ik daar geen deel van wil uitmaken. Ik pas daar niet bij. Of andersom; het past niet bij mij.

Ik heb gedacht dat ik onder aan de ladder moest beginnen. Ook vond ik dat ik onbevooroordeeld moest zijn. Pas een oordeel vellen als ik het zelf heb beleefd. Ik heb echter onderschat wat het met me zou doen, onderdeel uit te maken van een systeem waar ik principieel op tegen ben.

Na zelfstandig ondernemer te zijn geweest, blijft het lastig om samen te werken met mensen die op een bepaalde manier werknemer zijn. Ik heb in heel veel soorten werk gewerkt met heel veel verschillende soorten mensen en altijd was er meer dat ons bond dan dat ons scheidde. Dit keer dus niet.
Kortom ik pas niet bij het soort onderneming èn niet bij het soort werknemers.

Zoals de titel van dit blog waarschijnlijk al deed vermoeden heb ik gemeend consequenties te moeten verbinden aan bovengestelde conclusies. Ik heb dan ook mijn manager gemaild met de boodschap dat ik mijn dienstbetrekking wens te verbreken.

Inmiddels heb ik met hem en een interim chef om de tafel gezetten en zijn we het er, mede wegens boven vernoemde zaken, over eens geworden dat de arbeidsovereenkomst zo snel mogelijk beëindigd moet worden.

Ik wilde, ondanks de afschuwelijke werksfeer, nog doorwerken tot bijna het einde van de maand, zodat ze voldoende tijd hadden om de roosterproblemen op te lossen, maar mijn lijf hield er mee op. Het lijkt wel of mijn lijf aan de noodrem trok.
Hierover later meer.