HET VRIJDAGINTERVIEW JAN WILLEM VAN OPSTAL

‘Ik wil mensen een onvergetelijke herinnering bezorgen’

Vermakelaar in Ontroerend Goed

Jan Willem van Opstal Foto: Gerard Verschooten

Of je hem nu een koksmuts, een mijter of een middeleeuwse baret opzet, het past hem allemaal. Accordeon, gitaar, piano? Hij bespeelt ze. Oesters of een 6-gangen menu? Hij bereidt ze met liefde. Jan Willem van Opstal is theatermaker, muzikant/zanger en culinair kleinkunstenaar. Onder meer.

De Gelderlander
Claudia Fitsch Nijmegen 29-11-19
Nijmegen 29-11-19
Jan Willem van Opstal is in Nijmegen vooral bekend als muzikant en ‘zingende oesterman’. Maar als je zijn cv leest, word je duizelig van alle activiteiten.

Je werkte in een circus, had als ‘middeleeuwse troubadour’ Yann Lawick een theaterprogramma, maakte CD’s. Maar je hebt ook ervaring in de zorg, begeleiding en kinderopvang.

Veel is toevallig zo gelopen. Mijn oudere zus, Jeanine, heeft het syndroom van Down. Vroeger, thuis, ging ik haar steeds meer begeleiden, bracht ik haar naar muziek- en dansles. Toen haar docenten stopten, nam ik het tijdelijk over, als muziekbegeleider en dansdocent. Tenminste, dat was de bedoeling, maar het werden een paar jaar. Zo ben ik uiteindelijk ook activiteitenbegeleiding gaan doen in de zorg.
Ik rolde daarna via werk en vrijwilligerswerk van het één in het ander en dan wilde ik een diploma op dat gebied. Activiteitenbegeleiding, muziektherapie, educatief werk. Ik heb veel geleerd, maar soms bleek dat een opleiding niet datgene bood wat ik zocht, zoals de kunstacademie.

Door jouw studie aan de Kopse Hof belandde je in Nijmegen?

Ja. Ik deed muziektherapie, totdat het dak van mijn huis waaide op een moment dat ik even weg was. De storm had mijn werkstuk, dat op de piano lag, ‘all over’ Lent geblazen’, waar ik woonde. In die tijd had ik nog geen computer en de moed ontbrak me om opnieuw te beginnen. Dus besloot ik over te stappen op de studie ortho-agogisch werk.
Ik blijf me ontwikkelen. Mijn jongste diploma is van juni dit jaar. De afgelopen jaren heb ik in Antwerpen aan de PIVA Hotelschool een ambachtelijke, klassieke koksopleiding gedaan. Daar leer je de fundamenten van het vak.

Je bent veelzijdig: kok, acteur, clown, muzikant, liedschrijver, ‘zingende oesterman’. Is muziek een rode draad?

Ja. Van huis uit hoorde ik veel klassieke muziek, mijn vader speelde piano en blokfluit, mijn moeder citer. Mijn vroege jeugd heb ik doorgebracht in het Bretonse vissersdorp Lesconil, waar mijn ouders onderzoek deden naar een bepaalde bacterie die op zeewier groeit. In Lesconil zat ik als baby soms in de box in café Ty-An-Aod, samen met het zoontje van de café-eigenaar. Mijn ouders waren bevriend met de cafébaas en zijn vrouw. Alan Stivell, toen nog niet beroemd, speelde daar op zijn Keltische harp, de vissers zongen er Bretonse liederen. Dat is mijn muzikale basis. Als kind kreeg ik bovendien al jong muziekles.
Die Frans-Bretonse erfenis zie je terug bij de zingende oesterman. De chansons en ‘les huîtres’, de oesters, vormen een harmonieuze combinatie, die ik verder heb uitgebouwd. Sinds kort heb ik een eigen bedrijf. Moment Suprême: klank-spijs concepten.

Wat moeten we ons daarbij voorstellen?

Een avondvullend meergangen-diner met muziek, ter plekke bereid bij mensen thuis of op een andere locatie. Iedere gang voorzie ik van een bijpassend lied. Muziek, gerechten en dranken kunnen elkaar versterken, waardoor je met meer aandacht geniet. Met de combinatie koken en kleinkunst ben ik, denk ik, redelijk uniek. Ik creëer koestermomenten, wil mensen een onvergetelijke herinnering bezorgen.

Wat drijft jou? Wat maakt musiceren, acteren en koken zo de moeite waard?

Ik ben een pleaser, vind het fijn om het mensen naar de zin te maken. Of ik nu voor ze zing of voor ze kook. Ik word oprecht blij als ik zie dat mensen genieten van een avond uit. Gastvrijheid heb ik van thuis meegekregen, mijn ouders waren heel sociaal, ontfermden zich over mensen. Zo namen ze eens een Engelse lifter mee in de auto. En naar huis. Die heeft uiteindelijk een jaar bij ons op zolder gewoond.
Daarnaast houd ik zelf erg van lekker eten en drinken. Een levensgenieter? Dat denk ik wel ja.
PASPOORT
Jan Willem van Opstal (Breda, 1965), doorliep na zijn jeugd in Frankrijk de middelbare school in Breda. In die tijd schreef hij een musical voor het jongerenkoor waarin hij zong en op zijn zestiende maakte hij zijn eerste clownsvoorstelling.
Hij pendelde als muzikant veel tussen Frankrijk en Nederland en deed internationale tournees met commedia dell’arte groep ‘il Popolo’ en diverse andere groepen.
commedia dell’arte groep ‘il Popolo’ en diverse andere groepen.
Vanaf 1986 treedt hij op als middeleeuws troubadour.
Hij was in de jaren ’90 de grondlegger van Upside Down Produkties, een impresariaat voor ‘ambulant vermaak op maat’, met troubadours, goochelaars, narren, waarzegsters, vuurspuwers en andere animatoren.
In 1998 kwam zijn eerste cd uit, Moment Suprême. Later volgden er meer.
Later volgden er meer.
In 2012 en 2013 trok hij langs theaters met zijn zelfgeschreven programma ‘Ontroerend Goed’.
Verder acteerde hij in bedrijfsfilms, educatieve films, commercials en een speelfilm.
Sinds enkele jaren brengt hij zingend de oester onder de aandacht van een groter publiek. Vanaf juli 2019 verzorgt hij ‘klank-spijs concepten’. Daarnaast werkt hij als projectleider en programmeur in het Wintercafé van Cultuurpodium Groene Engel in Oss.

klank-spijs combinaties

twit linkedIn instagram facebook pintrest G+

zalmrondje-pasen2019
Nu ik bijna klaar ben met mijn koksopleiding aan de PIVA Hotelschool te Antwerpen ben ik voorzichtig vooruit aan het kijken. Zo ben ik bezig met het ontwikkelen van nieuwe concepten.
Ik ga, voortbordurend op het belevingsconcept van de zingende oesterman, huiskameroptredens combineren met koken.
Natuurlijk zal mijn focus vooral liggen op schaal- en schelpdieren en nog meer heerlijks uit de zee, maar er zal af en toe ook een uitstapje worden gemaakt naar gevogelte, vlees en zoetigheden.

De nadruk zal liggen op het in de watten leggen van de gasten. Verwennerij.

Het is mij, door een nieuw vak te gaan leren, vooral opgevallen wat voor mij de overeenkomst is tussen mijn oude en mijn nieuwe beroep.

Bij zowel mijn passie voor theater en muziek maken als bij het koken kun je stellen dat je werkt aan een vergankelijk product dat zorgt voor een mooie herinnering. Je creëert een moment waarvan je hoopt dat het een dierbaar moment wordt.  In het gunstigste geval creëer je een onvergetelijke herinnering.

Alles wat je met aandacht doet wordt beter. En dat geld natuurlijk voor zowel luisteren als voor proeven. Bovendien kunnen ze elkaar versterken.

11986312_1068933999783304_6894988059201286857_n

Als zingende oesterman heb ik al mensen kunnen laten genieten van mijn liederen over Bretagne met de smaak van de Bretonse oester in de mond. Sinds kort kan daar ook nog een Bretonse witte wijn bij worden geschonken of een Bretons speciaalbier. Of wat dacht u van Ierse deunen en drinkliederen in combinatie met Ierse oesters en Guiness.
En natuurlijk mag de Zeeuwse oester niet ontbreken en daar kan prima Nederlandse wijn of een streekbier bij worden genuttigd terwijl ik een mooi Nederlandstalig lied zing.

Ik ben nu aan het stoeien met het repertoire; welk lied past bij welk gerecht. En welk recept past bij welke uitvoering van welk nummer. De mogelijkheden zijn weer eens onuitputtelijk.

wordt vervolgt …..
PS ik ben gewoon weer terug op Facebook.
Het is toch gewoon makkelijker met dan zonder.

De zingende oesterman

Consequent zijn

twit linkedIn instagram facebook pintrest G+

Ooit beloofde ik mezelf te stoppen met optreden zodra ik het niet meer leuk vond om te doen. Natuurlijk was ook toen niet iedere dag het feest dat het voor de buitenwereld misschien leek te zijn. Maar het gevreesde moment is nooit gekomen. Om hele andere redenen is er een soort van, misschien tijdelijk, einde aan mijn artistieke carrière gekomen. Tijdens mijn loopbaan als theatermaker en muzikant ging ik echter zelden of nooit met lood in mijn schoenen, of zelfs met tegenzin naar mijn werk. Het was een strijd, en soms vechten tegen de bierkaai. Het had wel wat van Don Quichote’s gevecht met de windmolens. Maar ik wist zeker dat ik deze strijd iedere dag ging winnen. Vaak was het wel frustrerend. Ik gebruikte vaak de metafoor van de cadeaus. Alsof je ergens aan komt met heel veel mooie subtiele kleine ingepakte cadeautjes waar je je ziel en zaligheid hebt ingelegd. Het publiek ziet deze mooie pakjes helaas nogal eens over het hoofd en pakt alleen de in het oog springende grote doos met rode strik uit. Je zelfgeschreven melodieën en teksten interesseert een groot deel van het publiek geen moer. Ze willen lallen, mee schreeuwen en het liefst met nummers die ze al kennen.

En toch wist ik in dat vak mijn weg te vinden, en haast ieder publiek tevreden te stellen zonder er zelf aan onderdoor te gaan. Zelfs het publiek dat vroeg om “Malle Babbe” en “Hazes” vermaakte ik en wist ik naar tevredenheid op maat te bedienen, zonder te veel concessies te hoeven doen.

Nu is het anders, ik merk dat ik me in een systeem bevind waarin ik me verre van thuis voel. Ik heb nu geen invloed op de windmolens. Natuurlijk is het als kok ook zo dat je publiek, de gasten, lang niet altijd aandacht hebben voor je product. Naar het schijnt weten mensen regelmatig achteraf niet of ze vlees of vis hebben gegeten. Laat staan dat ze dan weten wat voor vlees of wat voor vis. En gelukkig zijn er ook mensen die wel heel bewust proeven en genieten van hun maaltijd.

Mijn probleem momenteel is veeleer dat het aan me vreet dat ik meewerk aan iets waar ik principieel op tegen ben en ik zie het er niet van komen dat ik binnen dit concept kan vinden wat ik zoek. Zoals altijd is het geven en nemen. Ik wil een vak leren. Dat doe ik deels op school, en deels in de praktijk. Omdat ik nog geen zelfstandig werkend kok ben, krijg ik minder betaald en als wederdienst verwacht ik coaching en sturing.

Met de chef met wie ik mijn sollicitatiegesprek had, had ik direct een klik. Hij snapte wat ik wilde en kon mij de sturing bieden die ik behoef om, dat wat ik tijdens mijn opleiding leer, in praktijk te kunnen brengen. Ik had hem ook duidelijk aangegeven dat ik niet alleen maar koud wilde staan, maar me met name op de warme kant wil richten. Ook omdat ik nu bezig ben met de module streekgerechten en omdat ik bij mijn vorige baan niet of nauwelijks aan de Roti kant heb gewerkt.

Helaas begon deze chef aan een nieuwe uitdaging bij een ander restaurant, waar hij kon gaan samenwerken met een sterrenchef. Zijn opvolger was net voor het eerst tot chefkok gepromoveerd en kon op ieder moment vader worden. Ook kampte hij met een enorm personeelstekort en werkte ik zodoende steeds met invalkrachten en had hij veel moeite om het rooster ingevuld te krijgen. Begrijpelijkerwijs lag zijn focus niet erg op mijn begeleiding. De zojuist tot souschef gebombardeerde andere kok was iemand die het heel druk had met het zichzelf er van overtuigen dat hij dit kon. Een persoon waarmee ik echt geen klik had. Bij zo’n beetje alles wat hij deed dacht ik eigenlijk, zo kan het ook, maar zo hoort het niet. Ik heb denk ik zelden zo schaapachtig uit mijn ogen gekeken als toen ik als antwoord op een vraag naar een bereidingswijze kreeg te horen dat hij dat niet wist, hij stond immers zelden `garde` en dat ik dat maar moest googelen.

Het lijkt er meer op dat ik, onder het voorwendsel dat ik de dingen die ik wilde leren kon leren, een goedkope werknemer ben, die er voor moet zorgen dat er een product, ver beneden de kostprijs, kan worden geleverd. Uiteindelijk heb ik alleen de eerste twee dagen warm gestaan en is er verder niets terecht gekomen van de gemaakte afspraken.

Ik kan niet zeggen dat ik niets geleerd heb in de drie restaurants waarin ik heb gewerkt. Ik heb af en toe zelfs iets, wat ik op school geleerd heb, in praktijk kunnen brengen. Meestal dan wel net even anders omdat het anders veel te duur wordt, of te lang duurt. Verder heb ik vooral goed geleerd hoe het naar mijn idee niet moet; wat ik niet wil doen en hoe je niet met mensen, werknemers en collega’s hoort om te gaan.

Het is naar mijn idee onvermijdelijk om op een bepaalde manier te werk te gaan als je met beperkte middelen een product van een bepaald niveau wilt leveren. Ik zeg niet dat er verkeerd gewerkt word. Het is een duidelijke keuze. Het merendeel van de gasten wil zo veel mogelijk krijgen en zo weinig mogelijk betalen. Dit wordt nog eens versterkt door alle prijsvechters als de hotelbon, social deal, vakantieveiling, etc. Er is een behoefte waarin wordt voorzien. Vraag en aanbod. Mac Donalds, Van der Valk, en alle daar op lijkende bedrijven, zijn hiervan het levende bewijs.
Dat laat echter onverlet dat ik daar geen deel van wil uitmaken. Ik pas daar niet bij. Of andersom; het past niet bij mij.

Ik heb gedacht dat ik onder aan de ladder moest beginnen. Ook vond ik dat ik onbevooroordeeld moest zijn. Pas een oordeel vellen als ik het zelf heb beleefd. Ik heb echter onderschat wat het met me zou doen, onderdeel uit te maken van een systeem waar ik principieel op tegen ben.

Na zelfstandig ondernemer te zijn geweest, blijft het lastig om samen te werken met mensen die op een bepaalde manier werknemer zijn. Ik heb in heel veel soorten werk gewerkt met heel veel verschillende soorten mensen en altijd was er meer dat ons bond dan dat ons scheidde. Dit keer dus niet.
Kortom ik pas niet bij het soort onderneming èn niet bij het soort werknemers.

Zoals de titel van dit blog waarschijnlijk al deed vermoeden heb ik gemeend consequenties te moeten verbinden aan bovengestelde conclusies. Ik heb dan ook mijn manager gemaild met de boodschap dat ik mijn dienstbetrekking wens te verbreken.

Inmiddels heb ik met hem en een interim chef om de tafel gezetten en zijn we het er, mede wegens boven vernoemde zaken, over eens geworden dat de arbeidsovereenkomst zo snel mogelijk beëindigd moet worden.

Ik wilde, ondanks de afschuwelijke werksfeer, nog doorwerken tot bijna het einde van de maand, zodat ze voldoende tijd hadden om de roosterproblemen op te lossen, maar mijn lijf hield er mee op. Het lijkt wel of mijn lijf aan de noodrem trok.
Hierover later meer.

De vakantie zit er op, tijd voor nieuwe uitdagingen; nieuwe banen, nieuw schooljaar, nieuwe levensjaren …

Aan het eind van deze maand begin ik al weer aan mijn 54e levensjaar. Vlak daarna op 1 september begin ik aan mijn nieuwe baan en een maand later, vlak voor haar verjaardag, gaat de nieuwe functie van Juliëtte in.

Net voor mijn verjaardag, op de 25e augustus, ga ik weer een keertje optreden als Yann Lawick de troubadour. En nog wel gewoon in Nijmegen. Het zou leuk zijn om jullie daar te zien. Zie voor meer informatie mijn vorige blog.

Nieuwe banen.

Na bijna tweeënhalf jaar met veel plezier gewerkt te hebben voor DroomVillaLux, is het moment daar om te beginnen aan een nieuwe uitdaging. Op 1 augustus werkte ik al weer een jaar bij Restaurant de Wereldkeuken in Arnhen. Dat jaar is echt omgevlogen. De baan daarvoor bij Restaurant De Villa in Nijmegen trouwens ook. Het waren twee zaken waar ik met veel plezier heb gewerkt en waar ik zeker ook veel heb geleerd. Hiervoor wil ik al mijn collega’s hartelijk danken. Met name mijn twee chefs Thomas Franken en Marc van Laar, maar zeker ook Patrick Rutjes met wie ik bij beide zaken heb gewerkt en die me, zoals hij het zelf graag noemt, heel wat keren “uit de zeik” heeft geholpen. Het gaat te ver om alle andere collega’s ook te benoemen, maar van iedereen steek je wel wat op, en ik neem deze ervaring mee naar mijn nieuwe werk- en leerplek Hotel Landgoed Holthurnsche Hof in Berg en Dal. Een prachtig bedrijf op een minstens zo mooie locatie. De chef waarmee ik mijn sollicitatiegesprek had, Patrick Idema, gaat helaas net weg als ik begin. Best jammer, want ik voelde tijdens het gesprek een klik waardoor ik heel graag met hem gewerkt en van hem geleerd had. Hij is duidelijk creatief en daardoor ook op een andere manier geïntereseerd. Ik wens hem veel succes èn plezier op zijn nieuwe werkplek bij Bilderberg Hotel Klein Zwitserland èn restaurant De Kromme Dissel. Ik heb zo’n voorgevoel dat we elkaar nog wel gaan tegenkomen.

Juliëtte begint op 1 oktober als case manager met als aandachtspunt urologie op UMC Radboud. Na 17 jaar op de verpleegafdeling urologie/gynaecologie te hebben gewerkt een min of meer logische stap vooruit. Wat voor haar vooral fijn is, is dat de avond- en nachtdiensten straks tot het verleden behoren èn dat het fysieke stuk waar je af en toe niet onder uit komt ook vervalt. Je bent te vaak toch even geneigd te helpen met tillen en dat kan het ruggetje op een bepaald moment niet meer aan. Het is best spannend zo’n nieuwe functie en er komt stiekem ook nog een hoop studie bij kijken, maar ik merk vooral enthousiasme en dat doet me deugd.

Wij komen er wel 😜

Begin september mag ik ook weer iedere dinsdag naar Antwerpen dit semester staat in het teken van de streekgerechten van daar. Dat belooft gerechten met elixer d’Anvers, De Koninck en Duvel. Ik zal mijn best doen om via Twitter en Instagram, zo nu dan, het water uit jullie monden te doen lopen. Daarna zal ik de gerechten traditiegetrouw voorproeven en verslag doen van de beleving.

Wordt vervolgd ….

#iemandmoethetdoen.

Zomerblog; Toekomst en Verleden. Terug naar Lesconil, het vissersdorpje van mijn jeugd.


Als je met je aanstaande echtgenote op vakantie gaat naar de plek waar je een belangrijk stuk van je jeugd hebt doorgebracht, ben je onherroepelijk met de toekomst en het verleden bezig.

Vakantie is natuurlijk het uitgelezen moment om het hoofd leeg te maken. Een periode om de dingen waar je niet aan toe bent gekomen een plaats te geven en na te denken over levensvragen als; “Wie ben ik?”, “Wie zijn wij?”, “Waar komen we vandaan?”, en last but not least “Waar willen we naartoe?”.

Sinds 1 januari wonen we officieel samen. En daar zijn we heel blij mee. Het geeft een soort van rust èn bevestigd wat we voor elkaar voelen. We zijn, al zijn we al bijna drie jaar samen, nog steeds aan het uitzoeken hoe we dat officieel samenwonen nu gaan implementeren in onze nieuwe levensfase. Haar huis is ineens ons huis, haar tuin onze tuin, haar bed ons bed en dat is fijn, en het betekent voor ons allebei concessies doen en de ander ruimte geven. Loslaten en delen.

En dan doet zich nu ook nog eens de situatie voor dat er, toevallig, bij ons allebei tegelijk, positieve ontwikkelingen zijn in onze “carrières”.

Ik begin op 1 september aan een nieuwe baan als kok bij landgoedhotel de Holthemsche Hof in Berg en Dal.

Juliëtte zit ook in een sollicitatieprocedure. Voor de functie case manager met het aandachtsgebied urologie binnen het Radboud UMC. Een functie die haar naar mijn bescheiden mening op het lijf geschreven is.

Bretagne is voor mij, misschien ook wel vanwege de Keltische cultuur, sowieso een goede plek voor bezinning. Drie weken is natuurlijk altijd te kort om aan al die dingen toe te komen, en zelfs te kort om alles wat ik aan Juliëtte wil laten zien, horen en niet te vergeten proeven, maar we zijn een heel eind gekomen.

Omdat ik de côte d’Armor veel minder goed ken dan de zuidkust van Bretagne zijn we, in vier dagen, met een grote bocht via Normandië naar la pointe du Raz gereisd.

Er was op de dag van vertrek nog vanalles wat nog moest. Zo moest mijn lief nog even gauw die sollicitatiebrief schrijven, en omdat we het de week voor ons vertrek gewoon te druk hadden, waren we er überhaubt niet aan toe gekomen om de reis goed voor te bereiden. Maar vroeg in de middag waren we dan toch onderweg.

Omdat we mijn zus Jeanine al weer even niet gezien hadden èn de komende drie weken niet kunnen zien, was de eerste stop in Rijsbergen. Een stormbezoekje om te vertellen waar we heen gaan, elkaar even vast te houden, een bakkie pleur, nog een knuffel en door.

We zijn gekomen tot Amiens. Hier vonden we een prima budget hotel met uitzicht op de Notre-Dame. Een prachtige kathedraal die we bij een volgend bezoek eens moeten bezoeken. La Somme, Picardië, is een prachtige streek die ik tot mijn schande alleen maar ken van het er doorheen rijden. Deze reis hebben we er twee keer overnacht en mijn interesse voor de streek en haar cultuur èn keuken is gegroeid.

Na het ontbijt in Amiens zijn we naar Bayeux gereden om daar het bekende tapijt te bewonderen. Ik was er als kind al eens geweest en dat kon ik me nog goed herinneren. Tegenwoordig krijg je een soort mobieltje mee dat je, per fragment, uitleg geeft in de door jou gewenste taal. Hierdoor krijg je er zonder er over te lezen en naslagwerken te moeten raadplegen ineens heel veel van mee. Erg interessant en een absolute aanrader als je iets meer wilt weten over de geschiedenis van Europa, Groot-Bretagne en Frankrijk.

Modern als wij inmiddels zijn zochten we via de App’s van TripAdvisor en Booking.com een onderkomen voor de nacht. Het werd la Maison de l’Oraille in L’Etang-Bertrand. Bij aankomst op het binnenplaatsje van het prachtige landhuis troffen we een stomverbaasde, edoch uitermate vriendelijke dame. Ze verwachtte immers geen gasten. Het nieuws van de booking.com reservering had haar duidelijk nog niet bereikt, maar we werden hartelijk ontvangen, kregen een rondleiding en mochten een kamer uitkiezen. De badkamer was zo groot als de huiskamer van een gemiddelde doorzonwoning. We hadden aan de achterkant uitzicht op een tuin met palmbomen en hoge coniferen. Terwijl onze kamer in gereedheid werd gebracht, en onze gastvrouw haar mail ging lezen, zijn we naar het haventje Barfleur gereden. Na een korte wandeling zat ik ineens met uitzicht op rotsen en zee. Niet veel later zou ik de eerste oesters van deze trip eten.

Op de grens van Normandië en Bretagne ligt een bezienswaardigheid waar je niet om heen kan; de Mont Saint-Michel. Na ons overheerlijk ontbijt verlieten wij het mooie landhuis dan ook op weg naar deze attractie.

Bij mij komen op zo’n reis een eindeloze hoeveelheid herinneringen en anecdotes naar boven omdat ik met mijn ouders, soms zelfs meerdere keren per jaar, heen en weer reisde tussen Bretagne en Brabant. In het begin, we schrijven begin jaren zestig vorige eeuw, waren er nog geen snelwegen. De reis duurde dan ook minstens drie dagen. Ik heb, als kind, het landschap en de dorpjes en steden heel wat keren vanaf de achterbank aan me voorbij zien schuiven.

Natuurlijk is het heel fijn en practisch dat de afstand nu makkelijk in één dag is te rijden. Mijn record heb ik gereden op de motor. Toen was ik binnen 12 uur van deur tot deur vanuit Didam naar Lesconil. En dan ook nog eens minstens de helft van de tijd in de stromende regen. De aanleiding was wat minder. Ik ging toen naar de begrafenis van Yvonne Stephan, Vovonne, mijn ‘oma’. Toch mis je een hoop als je zo ‘ snel’ reist. Er is zoveel moois te zien en te beleven.

De Mont-Saint Michel is tegenwooordig afgesloten voor verkeer en er zijn gratis pendeldiensten vanaf de betaalde parkeerplaats voor de bezoekers. Ook is de weg er heen verhoogd zodat de attractie nu 24/7 bereikbaar is. Ik kan me nog goed herinneren dat ik een Renault 4 gezien heb die de bestuurder langs de weg had geparkeerd om het klooster te bezoeken zonder zich te realiseren dat dat gedeelte bij vloed onder water komt te staan. Het verval is daar zo’n beetje het grootst van de wereld zodat daar waar je bij eb kan lopen op de zelfde plek blij vloed 22 meter water kan staan. Zodoende was het in “de donkere dagen tijd” dan ook een strategische plek om je vesting en klooster te bouwen.

Toen we wegreden bij de Mont Saint Michel leek het even te gaan regenen, een druppel of acht. Precies op dat moment zag ik de opgestoken duimen van twee liftende dames. Het bleken twee Russische meisjes te zijn op weg naar Saint Malo. We moesten eigenlijk net voor Saint Malo van de snelweg af voor ons onderkomen in Saint-Père. Maar ingegeven door een combinatie van katholicisme, per slot van rekening hadden we net een bedevaartsoord bezocht, en zo’n gevoel van; als mijn dochter daar loopt te liften, hoop je ook dat ze door zo’n leuk stel wordt meegenomen, hebben we de dames toch maar even in Saint Malo afgezet. Wat maakt ons die paar kilometers extra uit. We waren toch aan de vroege kant.

Aangekomen bij L’atelier, alweer een aanrader, hebben we even in de prachtige tuin zitten wachten op de zeer gastvrije gastvrouw. Alle confituren bij het ontbijt, had ze zelf gemaakt. Als de tijd het haar toestond bakte ze ook het brood nog zelf. Er was wel versgebakken cake bij het ontbijt. Mooie schone kamers met prachtige details.

Saint-Père ligt vlak bij Cancale het walhalla voor de Bretonse oesters van de côte d’Armor. Daar bezochten we o.a. het oestermuseum met een rondleiding door ‘la ferme marine‘.

Zeer leerzaam. Er is zelfs een speciale rondleiding voor kinderen inclusief speurtocht en een interactieve tekenfilm.Aan het eind van de rondleiding kregen we één oester. Dat smaakte naar meer. We zijn dan ook linea recta doorgereden naar la marché aux huitres. 😋

We vervolgde onze reis in westelijke richting. Lesconil kon nog even wachten. Ons huisje daar was vanaf zaterdag besproken. De volgende stop werd Guingamp.

Wederom brachten de Apps ons naar een fijne chambre d’hôte. La suite 27. Een ruime slaapkamer met douche, privé toilet op de gang, een eigen woonkamertje met TV, koffie apparaat, bureau, eettafeltje en heerlijke bank. En we mochten ook nog gebruik maken van de mooie tuin. Helaas waren we er maar één nacht. Guingamp is ook best een leuk stadje met sfeer en geschiedenis. We aten in Brasserie l’O aan het water in het historische centrum. Geen culinair hoogtepunt, maar ook zeker niet slecht.

Vanaf Guingamp ging de reis eindelijk naar Sud Finistère. De eerste stop was Pleyben. Ik was daar twee jaar geleden voor het laatst om mijn vriend Ludo de laatste eer te bewijzen. We hebben de kerk waar destijds de dienst was bezocht en crêpes gegeten in de crêperie waar we nadien met de familie bijeen kwamen. Fijn om aan Juliëtte te kunnen laten zien waar ik toen was. Zijn ouderlijk huis, de kroegjes, het b&b waar ik toen sliep, etc. In Pleyben kwam ik al liftend met Rudi, toen we nog samen in ons studentenhuis in Tolhuis woonden. En later met il Popolo en met mijn gezin ten tijde van mijn huwelijk met Betje. Anecdotes ten over. Le gang de la Tulipe waar Ludo en zijn broers bij hoorde en waar Rudi en ik als Nederlanders, le pays des tulipes, voor muziek maakte terwijl zij het traditionele pétange met ronde kazen inzette. Sommige dingen kun je niet uitleggen, daar moet je bij geweest zijn.

Vanuit de ‘office de tourisme‘ van Pleyben en met medewerking van de met Ludo bevriende journaliste van de Ouest France, zijn heel wat optredens voor mij en het Commedia dell’Arte gezelschap “il Popolo” geregeld.

Ludo Kerdevez 2011

Ludo mijn vriend, je bent er niet meer, maar we hebben je toch bezocht, en ik zal je nooit vergeten. Féal da viken, kamaladiñ atao. Eeuwige vriendschap, kamaraden voor altijd.

Vanuit Pleyben reden we naar het pittoreske Locronan. Het stadje waarnaar ik genoemd zou zijn geweest als er in 1965 niet nog een officiele namenlijst bestond waar Ronan niet op voor kwam. Mijn naam Jan Willem, naar mijn twee opa’s, werd de eerste concessie in mijn leven.

Locronan is nog altijd prachtig en de oude huisjes doen, na al die jaren, nog altijd dienst als ateliers en (souvenirs)winkeltjes van kunstenaars en handelaars. Locronan was helemaal in de ban van de tour de France die twee dagen later zou langs komen.

Chambre d’hôte de Lohantec

Via Douarnenez waar ik ook heel wat voetstappen en herinneringen heb liggen, reisden we naar Mahalon waar ik nog nooit was geweest. Ook de gites en chambres d’hôtes de Lohantec zijn een aanrader. Je zit er dicht bij Audierne, la poine du Raz, Quimper en Douarnenez. Weer een perfecte plek om langer te verblijven. Wij bleven twee nachten. In de kroeg om de hoek keken we naar de WK wedstrijd waarin les bleus zich plaatsten voor de halve finale.

Bij la pointe du raz

Na een bezoek gebracht te hebben aan dit meest westelijke stukje vasteland van Europa zijn we via de Tronoën bij la torche, waar we een zeehond hebben gezien, Penmarc’h en Saint-Guénolé afgereisd naar Le Guilvinec.

Dejeuner chez La Chaumiere au Guilvinec

Le Guilvinec is de thuishaven van de vissersboten van Lesconil. Vandaar ook dat op alle schepen een code staat die begint met GV. Dit jaar liggen er nog maar twee “chalutiers” (visserskotters) in de haven van Lesconil. Naar alle waarschijnlijkheid hebben we dit jaar dus voor het laatst vissersboten gezien in deze haven. Het einde van een tijdperk. En dan te bedenken dat het er 58 waren in de jaren zestig. Wat een gemis. Europa bedankt. Mijn dorpje bestaat niet meer.

Men Gwen

Klik op de video om ‘m te starten

Voordat we naar ons vakantiehuisje gingen zijn we eerst even gestopt bij ‘Men Gwen’ Bretons voor de witte rots. Een plek waar ik heel veel tijd heb doorgebracht als klein kind. De plek die mijn ouders zo dierbaar was, dat ze die plek hebben uitgekozen als hun laatste rustplaats. Allebei kozen ze er voor om daar hun as te laten uitstrooien. Ik heb daar destijds zelf zorg voor gedragen, met alle gevolgen van dien. Het kan erg zweverig, esotherisch en soft over komen, maar voor mij voelde het een beetje of ik daar Juliëtte aan mijn ouders kwam voorstellen.

In Lesconil kwamen we aan op het afgesproken adres en Jean Louis, de verhuurder, kwam meteen aanlopen toen we de auto parkeerden.

Een fijn plekje al had het wat schoner mogen zijn en zo. We waren verwend de afgelopen tijd maar als ik de afzuigkap ga schrobben omdat ik er anders eigenlijk niet onder durf te koken snap je wel wat ik bedoel denk ik.

Toch hebben we er, in no time, ons plekje van weten te maken.

Toen we ’s avonds bijna thuis waren van een wandelingetje naar de haven kwamen we een stomverbaasde Claude tegen. “Tiens c’est vraiment toi. Jean Guillaime.Qu’est-ce que tu fait la? Ergo; ” Verrek, je bent ’t echt Jan Willem. Wat doe jij hier? Hij was de hond aan het uitlaten. Hun huis is schuin tegenover ons tijdelijk verblijf. We zijn deze week even buren. We waren de tuin al ingelopen toen hij me terug riep. We moesten beslist woensdag langs komen. Hun zoon Alain zou ’s middags ook langs komen. Zijn vrouw zou het ook fijn vinden. Zo gezegd zo gedaan.

Er kwam een enveloppe op tafel waar Jean Guillaume op stond met daarin diverse foto’s van optredens met o.a. Moment Suprême in auberge Ty-An-Aod (u kunt hier boven inzoemen)

De volgende dag liepen we richting het ‘plage du sable blanc‘ halverwege stopte er een witte auto met daarin mijn jeugdvrienden Gwenael en Laurence. Natuurlijk moesten we eerst even mee naar hun huis. We kregen direct foto’s te zien van de verse gezinsuitbreiding bij hun dochter Sabrina. Het is prachtig om ze te zien als blije, trotse grootouders. Laurence heeft momenteel drie banen. Ze heeft o.a. een mobiel kruidenierswinkeltje en onderhoudt het sanitair voor de passanten in de jachthaven. Gwen is maar één jaar ouder dan ik, maar hij is net met pensioen. Hij heeft tot vorig jaar gewerkt als kokkelvisser. Pecheur de palourdes. Een zwaar beroep.

Ze lieten ons zien dat er nog een schilderij van mij op een prominente plek in hun huis hangt. Daar ben ik dan weer stiekem best trots op.

Gwen en Lolo zijn niet zo van de social media en internet en we hebben er door de jaren heen geen gewoonte van gemaakt elkaar te schrijven of te bellen. Vroeger zagen we elkaar toch minstens één keer per jaar en was er dan altijd wel een moment om bij te praten.

Het is altijd fijn on te horen dat ze het de afgelopen week nog met Patrick Stephan over me gehad hadden. Zo van: “Hebben jullie nog iets van Jan Willem gehoord? Hij zou toch komen dit jaar?” Het verwijderen van mijn Facebook account was hier weer even niet handig. Blijkbaar werd ik ook hier gevolgd en tot overmaat van ramp moet ik vaststellen dat dat medium ook de enige manier was waarmee ik met de mensen hier nog in contact was.

De laatste keer dat ik ze bezocht is al weer zeven jaar geleden. Ik was daar toen met mijn, inmiddels overleden, ex-vrouw, Mia en mijn zus Jeanine. We hadden voor die vakantie een huis gehuurd achter de kerk. Tussendoor was ik alleen maar heel kort in de buurt geweest voor de uitvaarten van Vovonne en Ludo. Zo kort dat een stormbezoek aan mijn beste vrienden daar er zelfs niet in zat.

Het overlijden van Mia, dat kwam er dit voorjaar ook nog even tussendoor. Ik werd ineens gebeld door, Yvon, de vrouw van haar broer. Samen met Jeanine heb ik, namens Jeanine een mooie brief geschreven die door Yvon, is voorgelezen tijdens de uitvaart. Zo hadden we zonder aanwezig te zijn toch ons steentje bijgedragen. Jeanine had ook een kaarsje gebrand bij Mia’s foto.

Zoals dat helaas gaat op onze leeftijd bestaat het bijkletsen inmiddels in eerste instantie uit de opsomming van mensen die ons ondertussen ontvallen zijn. Waaronder in dit gesprek dus met name mijn ex vrouw en de moeder van Laurence. Haar moeder was zo’n lief mens. Ik heb alleen maar fijne herinneringen aan haar. De eeuwige lach op haar gezicht en haar exemplarische hartelijkheid en gastvrijheid.

Samen met Gwen en Lolo gingen we uiteindelijk toch nog zwemmen in de Atlantische oceaan. Eerst moesten we nog even hun nieuwe stacaravan zien. De nieuwe bron van inkomsten want die wordt verhuurd aan toeristen. Vandaag kwam er een Duits gezin in. Ik kreeg van Gwen een duikbril te leen en heb genoten van het heerlijk warme, kraakheldere water, het zwemmen met Juliëtte, de krabbetjes en heremietkreeftjes. Echt heerlijk. Wat kan ik dat in Nederland toch missen.

Natuurlijk moesten we ook even bij Nicole, de moeder van Gwen, op bezoek. Dat hebben we op dinsdag gedaan. Mijn moeder was 28 jaar en voor het eerst zwanger van mijn zus toen ze vriendinnen werd met Nicole die toen ook net zwanger was van Gwen. Dit was in 1964. Ik ken die twee dus echt al mijn hele leven.

Na 39 jaar trouwe dienst is Nicole gestopt met de “Ty An Aod” één van de meest authentieke havencafé’s die Bretagne gekend heeft en waar letterlijk mijn wieg en box hebben gestaan. Vrij vertaald schrijft ze; “Ik heb, in mijn bar, 39 jaar, bij heldere hemel, en in stormachtige tijden, het roer recht gehouden. Vandaar dat ik nog één keer vrienden en familie samen laat komen om mijn carrière, op gepaste wijze, af te sluiten.

Uitzicht vanaf Hotel du Port 2018

Het verhaal gaat dat ik aan de overkant van dit café, schuin boven het toemalige concurerende visserscafé; Café du Port, op kamer nummer vijf van Hotel du Port, verwekt ben. Dit hotel werd destijds gerund door Mam Goz; madame Corcufe, de moeder van mijn ‘Tad Goz’ tonton Louis Stephan. De jaren daarna vervulde Louis en zijn vrouw Yvonne voor mij en mijn zus de rol van opa en oma. Gevoelsmatig waren (zijn) deze mensen voor mij meer familie dan mijn bloedverwanten.

Louis runde café du Port, aan de straatkant, schuin tegenover Gilbert en Nicole’s Ty-An-Aod en Vovonne bestierde na de verbouwing, het café met zicht op de haven in het nieuwe gedeelte van het hotel. Toen de kinderen de zaak over namen zijn ze op de begane grond van het nieuwe deel gaan wonen. Uiteindelijk zijn ze er ook gestorven.

Juliëtte op la grande plage bij Men Gwen

Verse vis en kreeft recht van de boot

’s Morgens naar het strand, even naar de supermarkt, kijken naar een vissersboot die aanmeert en direct aan de wal zijn vangst verkoopt.

Een vissertje vele jaren eerder op La Tramontane

Even een stadje bezoeken, een crêperie bezoeken, wat cider proeven, en nog een dorpje bezoeken en, nu we er toch zijn, even wat moois uit de oceaan degusteren en anecdotes opdissen. Zo’n week vliegt voorbij.

Op dinsdag kwam er spannend nieuws uit Nederland. Juliëtte mag op kennismakings- sollicitatiegesprek.

En dan was er ook nog voetbal. Niet iets wat heel erg mijn aandacht heeft normaal maar we zijn in Bretagne, en of ze daar nou blij mee zijn of niet, dat hoort bij Frankrijk. Op dinsdag was de halve finale. We zijn gaan kijken in Le Quincy. Gelukkig waren we op tijd gegaan en zodoende hadden we plaatsen aan de bar met zicht op het grote scherm waarvoor zich het plaatselijke jeugdteam had genesteld. Ze waren op een aandoenlijke manier enthousiast, luidruchtig en zenuwachtig tegelijk. Ze zorgde ontegenzeglijk voor heel veel sfeer. Sommige bezoekers dachten even dat we Belgen waren, Nederlands lijkt natuurlijk voor hun altijd vooral op Duits, maar met zo’n wedstrijd tegen de rode duivels …. Het spijt me voor mijn Belgische kennissen, klasgenoten en vrienden, jullie waren beter. Maar ja, zoals mijn motorrij-instructeur ooit zei; “We kunnen natuurlijk op je grafsteen bijtelen dat je voorrang had. Maar overleven is wellicht voornamer.” Of kan ik misschien beter Cruijf citeren; “Zij konden niet van jullie winnen, maar jullie konden wel van hun verliezen.” Het blijft spijtig. Net als die finale met Cruijf in Argentinië. Hier stopt ongeveer mijn voetbalkennis. Het bleef nog lang onrustig in het kleine dorpje dat dapper weerstand bleef bieden. De bart hing dit keer niet gekneveld in een boom maar scandeerde; “Allez les bleus en on est en finale met de meute mee”.

Zo’n week is veel te kort, ik had nog naar Quimper gewild en Benodet en Ile Tudi, les illes de glenans, etc. Wie weet een volgende keer.

We zijn wel naar de hoofdstad van le pays Bigouden geweest; Pont l’Abbé. Twee keer zelfs. Dat moest ook wel want we wilde op vrijdag naar het concert van Carlos Nūñez en het was me niet gelukt om online kaarten te bestellen. Het optreden was een onderdeel van “la fête des brodeuses”. Het office de tourisme bood uitkomst. Bij ons eerste bezoek hebben we het Museum van de borduurkunst bezocht. De borduurkunst is een belangrijk onderdeel van de Bretonse Keltische cultuur.

Op de terugweg zijn we naar Loctudy geweest en hebben we daar geluncht. Zo kon ik Juliëtte ook de mooie kustweg van oost naar west richting Lesconil laten zien, maar die werd inmiddels wel een beetje kust-, vissersplaatsje- en haven- moe.

Op woensdag was het, net als vroeger markt in Lesconil. Niet meer op het plein bij ’t nieuwe postkantoor (sinds 1965) en de kerk (sinds de 14e eeuw). Tegenwoordig is de markt aan de haven. Mooi pittoresk natuurlijk en behalve groenten en fruit verkopen ze tegenwoodig met name souvenirs en prullaria. Ook daaraan merk je dat het geen vissershaven meer is. Lesconil is een port de plaisance geworden.

Gelukkig werd er op de markt nog wel vis verkocht en ik heb een mooie verse schol gekocht. De visboer wilde ‘m voor me fileren, maar ik had niet voor niets mijn fileermessen en pincetten mee genomen. En ook mijn oestermes kwam van pas want de dames uit Loctudy van de plaastselijke oesterkweker stonden gelukkig ook nog op de markt. Toch heel fijn dat sommige dingen wel blijven.

Even later rook het heerlijk in ons tijdelijk verblijf en hebben we zitten smullen. De kok èn zijn gade waren tevreden. Na de maaltijd zijn we in de haven bij de buren van hotel du port gaan kijken naar de andere halve finale.

We zijn, tijdens de markt, even langs geweest bij Cathy, de dochter van Yvonne en Louis. Ze was thuis maar druk met oma zijn. Ze had haar handen vol aan de dochter van haar dochter Manon. Ze vertelde nog wel even snel dat haar broer, Patrick niet meer boven het hotel woont maar terug is naar het huis waar hij met Clair (de moeder van zijn kinderen Caroline en Loic) woonde en dat er ook gezinsuitbreiding is bij haar zoon Nicolas. Ik heb al deze ouders als babytjes gekend. En dat alles vertelde ze op de stoep van de mater familias, mijn Mam Goz. Wat vliegt de tijd.

Jammer dat het niet is gelukt om Patrick te treffen. Hij heeft beloofd me de keukengeheimen van Hotel du Port te vertellen. Als hij me leert om met name zijn sauzen en soepen te maken ben ik ongeveer waar ik naar toe wil als kok.

Voordat we naar Pont-L’Abbé gingen, zijn we afscheid gaan nemen van Nicole. De schat had een culinair tijdschrift voor me gekocht omdat ze gehoord had dat ik voor kok aan het leren was. Ik moet ook gauw terug komen want niemand maakt zo’n lekkere sauce Armoricaine als zij en ze wil me haar geheim verklappen. Een soortgelijk aanbod als dat van Patrick die zo’n beetje vanaf dat zijn oma er mee stopte de keuken van hotel du port heeft geleid. Als iets smaakt, zoals ik het bij hem geproefd heb, is het goed. Hij is eigenlijk zo’n beetje mijn graadmeter en compas als het gaat om soepen en sauzen. Helaas was hij naar de tour de France gefietst, die aan kwam in Quimper, toen we hem wilde bezoeken. Reden te meer om terug te komen. Il faut partir pour revenir … Zodra budget en agenda het toe staan maar eens een trip die kant op plannen met als hoofddoel deze culinaire lessen.

Het concert was een absoluut hoogtepunt. Wat een virtuoos en wat een gastheer op het podium. Echt een belevenis. De plaatselijke Bagdad de Cap Caval mocht het voorprogramma doen. Iedereen stond al met de neus richting podium in de chapiteau, maar iedereen mocht omdraaien en naar buiten lopen waar tussen bar en kerk het voorprogramma begon. Het optreden ging daarna op het podium verder. Carlos werd bijgestaan door zijn vaste gitarist Pancho, zijn broer de slagwerker, een Ierse violiste en een Bretonse accordeoniste. Door het programma heen ontving hij diverse gastartiesten. Ik heb hem inmiddels meerdere keren zien optreden, waarvan de eerste keer op het festival Interceltique in Lorient. En al zou je denken dat het niet kan, hij wordt nog steeds beter.

Na het bezoek aan Nicole wilde we iets gaan eten in het Portugese restaurant wat nu gevestigd zit in Ty Martelot Breizh, het voormalige naai-atelier van Gilbert Divanac’h. Op de drempel ging mijn telefoon. Het was Roos, de dochter van Juliëtte en ze moest dringend mama spreken. Een vreselijk bericht. Danny is overleden. Mijn zwager, de man van Mila, de zus van Juliëtte. Terug naar huis dus.

Het nieuws was nog zo vers dat nog niet bekend was wanneer de uitvaart ging plaats vinden , maar we zouden, zodra dat bekend werd, op de hoogte worden gebracht.

We reizen dus niet volgens plan door richting onze vrienden in le charante maritime, maar via Concarneau en Normandië naar het noorden. De vrienden met wie we de laastste dagen van deze vakantie zouden doorbrengen hebben we laten weten dat de plannen gewijzigd moesten worden. Zij reageerden heel lief en wensten ons sterkte.

Niet veel later hoorde we dat de crematie op woensdag plaats ging vinden en dat we dinsdag nog afscheid konden nemen.

Het appartement in Concarneau was al besproken voor twee nachten. Dat kon allemaal net. En weer hadden we mazzel met onze logeerplek. Zo mooi en schoon. En alsof de grote voorzienigheid naar ons knipoogde hadden we een prachtig uitzicht over een groot kerkhof. Rustige buren. Verder had het appartement een mooie keuken, een heerlijk bed, een ruime douche, een leuke zithoek en een eethoek. Je zou hier ook weer goed een hele vakantie kunnen verblijven. Zelfs bij slechter weer.

Het was quatorze juillet, maar we waren niet echt in de feeststemming. We hebben op ons appartement de troostfinale gekeken en zijn daarna naar de haven naast la ville close gelopen. Er was een soort van souper marin waar we net op tijd waren voor de laatste tickets voor sardientjes met friet. We waren te laat en eigelijk waren ze al dicht. We kregen geen drank meer, ’t was tien uur geweest. De sardienenman toverde weliswaar nog een extra portie tevoorschijn. Op het terras van een kroegje, dat langzaam probeerde te veranderen in een discotheek, dronken we nog twee biertjes.

De volgende morgen heb ik Juliëtte lekker laten uitslapen en ben ik via het centrum naar het (stenen) strand gewandeld om toch nog een keertje te kunnen zwemmen. Op weg naar mijn zwemplek had ik ook geïnventariseerd waar we het beste naar de finale konden gaan kijken. Ook deze keer pakte dat goed uit. We hadden gewoon de beste plek van de kroeg. Even twijfelde we of ze daar de wedstrijd wel gingen aanzetten. De tv met groot beeld stond nog heel lang op de paardenracen. Pmu blijft belangrijk in la douce France, zelfs nog vlak voor de finale. Maar na de laatste paarderace schakelde ze over op de voorbeschouwing en stroomde de zaak vol met blauw en blauw, wit rood. De rest is geschiedenis.

Na de wedstrijd hebben we nog heerlijk gegeten nadat we de plaastelijke jeugd zich in de haven hebben zien werpen of geworpen worden. Een en al uitbundigheid die langzaam over ging in Bretonse dronkenschap. Veel toeterende auto’s met mensen met Franse- en Bretonse vlaggen er in en er op.

Tussen de feestende menigte door vonden we rond middernacht, of iets later ons appartementje terug.

Vroeg uit de veren en op naar het noorden. Zoals ik in het begin al liet doorschemeren hebben we op de terugreis weer voor Picardië gekozen. Juliëtte vond via de inmiddels bekende App weer een juweeltje op het platteland. La ferme du Scardon. Om Cruijf nog maar eens te citeren “Ieder nadeel heb zijn voordeel“. Dit boeren bedrijf moest door het Europees beleid de koeien inruilen voor toeristen. De kamer waar we in mochten verblijven was dan ook een verbouwde stal. Heel vernuftig en mooi gedaan. Aan ruimte geen gebrek. De tuin achter onze kamer vonden wij al mooi en groot. De tuin van de gastheer en gastvrouw, waarbij we weer aan een prachtige tafel des overvloeds aan het ontbijt verschenen, had meer de omvang van een stadspark, inclusief grote vijver met ganzen.

Om in stijl te blijven gingen we de avond voor dat ontbijt dineren in het naburige dorpje Saint Riquier in een Gault & Millau stulpje. Wat een verwennerij. Voor sommigen te ouderwets misschien, te klassiek wellicht ook, maar laat mij dan maar ouderwets zijn. Wat een sauzen, wat een mooie streekgerechten. Precies zoals ik het op school leer. Zoals mijn chefs op school het zouden doen. Copieus, ja, dat wel, maar lekker!

Op de routeplanner zagen we dat we ter hoogte van Arras weer op de snelweg terecht zouden komen.

Ik heb dus onze vrienden daar maar even laten weten dat we onverwacht in de buurt waren. Dat leverde een zeer gezellige koffie stop op bij Didier en Sandrine.

Vanaf daar zit je zo in België en bij Antwerpen kon ik alvast weer wennen aan het daar in de fille staan. Vanaf augustus zal dat iedere dinsdag weer mijn lot zijn.

Het laatste stukje terugreis verliep voorspoedig. Voor we daadwerkelijk naar huis gingen stopte we even bij Albert Heyn voor de meest noodzakelijke mondvoorraad. Als je daar samen achter je winkelwagentje loopt is de vakantie wel ineens echt voorbij.

Het heeft iets vreemds om je auto voor je deur te parkeren na ruim twee weken afwezigheid, en te zien dat de voordeur open staat. Met de sleutels in de deur. Onze vriend Rob, u weet wel, die van Rosalie en van theatergroep Hoi!, was de tuin aan het sproeien. Zoonlief Elias hielp me met het verzamelen van de uit ons appelboompje gevallen appels. Inmiddels is de home made apple pie al weer bijna op. We zijn weer thuis.