Misschien zijn we na COVID-19 wel meer toe aan klankspijsconcepten

Net als heel veel van mijn collega´s, zowel de zwoegers in de horeca als mijn musicerende vakbroeders, had ik half maart ineens een lege agenda. ZZP-er betekende ineens zanger zonder podium.

Ik verheugde me op hele leuke opdrachten op festivals als Down The Rabbit Whole, North Sea Jazz en Lowlands waar ik met een nieuw concept zou komen in samenwerking met Primeros en Koppert Cress. Verder stonden er leuke dingen in het verschiet als de zingende oesterman en met het Straatheater van Plezier verheugde we ons onder andere een optreden in België en als Yann Lawick de troubadour had ik ook hele leuke opdrachten in de agenda staan.

Maar ineens werd alles geannuleerd en zat ik met een lege agenda thuis. Ik had net de gemeente laten weten dat het zo goed ging met mijn bedrijf dat ik geen gebruik meer wilde maken van de BBZ ( Bijzonder Bijstand Zelfstandigen). En nog geen twee weken later moest ik een beroep doen op de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo).

Maar nu ik van de eerste schrik bekomen ben, door letterlijk op mezelf teruggeworpen te zijn. Denk ik dat na de COVID-19 Nederland misschien wel meer toe is aan mijn concept dan er voor. Als we elkaar straks weer mogen gaan ontmoeten, zullen we dat veel meer gaan waarderen dan voor de corona-crisis. We weten ineens weer hoe fijn het is om met vrienden aan tafel te zitten en hoe fijn het is om naar live muziek te luisteren.

Het concept van de klankspijs-concepten draait om met aandacht genieten. Juist daarom werk ik alleen voor kleine gezelschappen en is het dus zelfs ook mogelijk om iets meer afstand van elkaar te houden. Gerechten opdienen en wijn inschenken zal niet lukken op anderhalve meter afstand, maar daar is vast ook iets op te vinden.

Ik ben er van overtuigd dat het weer gaat lukken om met mooie gerechten waarvan het bijzonderste ingrediënt een liedje is, mijn gasten te kunnen trakteren op een onvergetelijke ervaring.

Hieronder als voorpret vast enkele gerechten.

@troubadour2014

HET VRIJDAGINTERVIEW JAN WILLEM VAN OPSTAL

‘Ik wil mensen een onvergetelijke herinnering bezorgen’

Vermakelaar in Ontroerend Goed

Jan Willem van Opstal Foto: Gerard Verschooten

Of je hem nu een koksmuts, een mijter of een middeleeuwse baret opzet, het past hem allemaal. Accordeon, gitaar, piano? Hij bespeelt ze. Oesters of een 6-gangen menu? Hij bereidt ze met liefde. Jan Willem van Opstal is theatermaker, muzikant/zanger en culinair kleinkunstenaar. Onder meer.

De Gelderlander
Claudia Fitsch Nijmegen 29-11-19
Nijmegen 29-11-19
Jan Willem van Opstal is in Nijmegen vooral bekend als muzikant en ‘zingende oesterman’. Maar als je zijn cv leest, word je duizelig van alle activiteiten.

Je werkte in een circus, had als ‘middeleeuwse troubadour’ Yann Lawick een theaterprogramma, maakte CD’s. Maar je hebt ook ervaring in de zorg, begeleiding en kinderopvang.

Veel is toevallig zo gelopen. Mijn oudere zus, Jeanine, heeft het syndroom van Down. Vroeger, thuis, ging ik haar steeds meer begeleiden, bracht ik haar naar muziek- en dansles. Toen haar docenten stopten, nam ik het tijdelijk over, als muziekbegeleider en dansdocent. Tenminste, dat was de bedoeling, maar het werden een paar jaar. Zo ben ik uiteindelijk ook activiteitenbegeleiding gaan doen in de zorg.
Ik rolde daarna via werk en vrijwilligerswerk van het één in het ander en dan wilde ik een diploma op dat gebied. Activiteitenbegeleiding, muziektherapie, educatief werk. Ik heb veel geleerd, maar soms bleek dat een opleiding niet datgene bood wat ik zocht, zoals de kunstacademie.

Door jouw studie aan de Kopse Hof belandde je in Nijmegen?

Ja. Ik deed muziektherapie, totdat het dak van mijn huis waaide op een moment dat ik even weg was. De storm had mijn werkstuk, dat op de piano lag, ‘all over’ Lent geblazen’, waar ik woonde. In die tijd had ik nog geen computer en de moed ontbrak me om opnieuw te beginnen. Dus besloot ik over te stappen op de studie ortho-agogisch werk.
Ik blijf me ontwikkelen. Mijn jongste diploma is van juni dit jaar. De afgelopen jaren heb ik in Antwerpen aan de PIVA Hotelschool een ambachtelijke, klassieke koksopleiding gedaan. Daar leer je de fundamenten van het vak.

Je bent veelzijdig: kok, acteur, clown, muzikant, liedschrijver, ‘zingende oesterman’. Is muziek een rode draad?

Ja. Van huis uit hoorde ik veel klassieke muziek, mijn vader speelde piano en blokfluit, mijn moeder citer. Mijn vroege jeugd heb ik doorgebracht in het Bretonse vissersdorp Lesconil, waar mijn ouders onderzoek deden naar een bepaalde bacterie die op zeewier groeit. In Lesconil zat ik als baby soms in de box in café Ty-An-Aod, samen met het zoontje van de café-eigenaar. Mijn ouders waren bevriend met de cafébaas en zijn vrouw. Alan Stivell, toen nog niet beroemd, speelde daar op zijn Keltische harp, de vissers zongen er Bretonse liederen. Dat is mijn muzikale basis. Als kind kreeg ik bovendien al jong muziekles.
Die Frans-Bretonse erfenis zie je terug bij de zingende oesterman. De chansons en ‘les huîtres’, de oesters, vormen een harmonieuze combinatie, die ik verder heb uitgebouwd. Sinds kort heb ik een eigen bedrijf. Moment Suprême: klank-spijs concepten.

Wat moeten we ons daarbij voorstellen?

Een avondvullend meergangen-diner met muziek, ter plekke bereid bij mensen thuis of op een andere locatie. Iedere gang voorzie ik van een bijpassend lied. Muziek, gerechten en dranken kunnen elkaar versterken, waardoor je met meer aandacht geniet. Met de combinatie koken en kleinkunst ben ik, denk ik, redelijk uniek. Ik creëer koestermomenten, wil mensen een onvergetelijke herinnering bezorgen.

Wat drijft jou? Wat maakt musiceren, acteren en koken zo de moeite waard?

Ik ben een pleaser, vind het fijn om het mensen naar de zin te maken. Of ik nu voor ze zing of voor ze kook. Ik word oprecht blij als ik zie dat mensen genieten van een avond uit. Gastvrijheid heb ik van thuis meegekregen, mijn ouders waren heel sociaal, ontfermden zich over mensen. Zo namen ze eens een Engelse lifter mee in de auto. En naar huis. Die heeft uiteindelijk een jaar bij ons op zolder gewoond.
Daarnaast houd ik zelf erg van lekker eten en drinken. Een levensgenieter? Dat denk ik wel ja.
PASPOORT
Jan Willem van Opstal (Breda, 1965), doorliep na zijn jeugd in Frankrijk de middelbare school in Breda. In die tijd schreef hij een musical voor het jongerenkoor waarin hij zong en op zijn zestiende maakte hij zijn eerste clownsvoorstelling.
Hij pendelde als muzikant veel tussen Frankrijk en Nederland en deed internationale tournees met commedia dell’arte groep ‘il Popolo’ en diverse andere groepen.
commedia dell’arte groep ‘il Popolo’ en diverse andere groepen.
Vanaf 1986 treedt hij op als middeleeuws troubadour.
Hij was in de jaren ’90 de grondlegger van Upside Down Produkties, een impresariaat voor ‘ambulant vermaak op maat’, met troubadours, goochelaars, narren, waarzegsters, vuurspuwers en andere animatoren.
In 1998 kwam zijn eerste cd uit, Moment Suprême. Later volgden er meer.
Later volgden er meer.
In 2012 en 2013 trok hij langs theaters met zijn zelfgeschreven programma ‘Ontroerend Goed’.
Verder acteerde hij in bedrijfsfilms, educatieve films, commercials en een speelfilm.
Sinds enkele jaren brengt hij zingend de oester onder de aandacht van een groter publiek. Vanaf juli 2019 verzorgt hij ‘klank-spijs concepten’. Daarnaast werkt hij als projectleider en programmeur in het Wintercafé van Cultuurpodium Groene Engel in Oss.

Klank-Spijs op de Opoe Sientje

Moment Suprême op 22 augustus 2019

Een huiskamerconcert in de vorm van een diner met bij iedere gang als bijzonder ingrediënt een lied.

In de keuken in het ruim bereidt de chef de amuse voor;
Bretonse oesters met een gelletje van zestes van limoen en een verveineblad.

Als eerste gang waren er gegratineerde oesters met brie en bleu d’Auvergne

Na een Bretons zeemanslied en een ballade over een herbergbezoek trekt de chef zich terug in zijn domein om de volgende gang voor te bereiden.
Als de springrolls worden geserveerd schenkt Kim de wijn in.

De koppen en schalen van de scampi in de springrolls en de Hollandse grijze garnalen, vormden de basis voor de bisque.

Bij het hoofdgerecht werd de gitaar verruild voor het schippersklavier.

Een duo van huisgerookte zoetwatervissen; de forel en de snoekbaars met de over een opperdoezer gesmolte tallegio, een combi van pleurotten en lamsoor en gegrilde groene asperges.

Mijn goede vriend Gijs van Vliet kwam ons, voor het dessert, nog even verrassen met wat extra gevoelige snaren

Een brownie met wal- en pecannoten met een topping van witte chocolade en roomkaas waarop Bretonse karamel en eetbare bloemen.

Foto’s: Sandra van Dijk / Momentenvanger